Loading...

Bruin en Groen? Natuurbescherming in Nazi-Duitsland

Allereerst wil ik benadrukken dat wat de nazi’s ook voor de natuurbescherming hebben betekend, dit in het niet valt bij alle vernietiging die ze hebben aangericht. Toch is het historisch gezien interessant om eens een licht te werpen op de groene ambities van het Derde Rijk. Hoe ‘groen’ waren de nazi’s? En waar was dit groene denken op gebaseerd?

Oorsprong

Al zien sommigen de natuurbescherming-ambities van de nazi’s voornamelijk als propaganda, er zat wel degelijk een ideologisch motief achter. Een ideologie geïnspireerd op een geïdealiseerd verleden, een verleden waarin een gelukkig en trots Germaans volk in harmonie leefde met haar natuurlijke omgeving. Volgens de nazi’s moest het Duitse volk via de natuur weer in contact komen met haar Germaanse roots. Dit paste in de Blud und Boden ideologie waarbij het Germaanse land en de oorspronkelijke Germaanse bewoners als één geheel werd beschouwd.  



De natuurbeschermingswet van 1935


In 1935, twee jaar nadat de nazi’s in Duitsland aan de macht kwamen, werd in de Rijksdag een baanbrekende natuurbeschermingswet aangenomen, Das Reichsnaturschutzgesetz (RNG). Het gaf de staat de mogelijkheid om gehele landschappen een beschermde status te geven. Landschappen die door het nazi-regime als een centraal onderdeel van de Duitse identiteit werden beschouwd, zoals de uitgestrekte bossen (Dauerwald) en kenmerkende cultuurlandschappen. In de wet stond een duidelijke definitie van landschappen die beschermd dienden te worden. Daarnaast voorzag de wet o.a. in de bescherming van specifieke dier-en plantsoorten en bevatte het een lijst van dieren waar niet op gejaagd mocht worden. De wet gaf de staat verregaande bevoegdheden. Zo kon land worden onteigend ten behoeve van de natuur en werd elke economische activiteit op het platteland door de lokale autoriteiten getoetst op de impact die het had op natuur en landschap. 



Het vierjarenplan van 1936

In 1936, een jaar na het invoeren van de nieuwe natuurbeschermingswet, werd onder leiding van Hermann Goering het zogenaamde Vierjarenplan in werking gesteld. Dit Vierjarenplan moest Duitsland volledig zelfvoorzienend maken als voorbereiding op een lange militaire campagne. Deze ambitie zette de doelstellingen van de nazi’s op het gebied van natuurbescherming enorm onder druk. De productiviteit van de landbouw moest worden verhoogd en nieuwe landbouwgrond cultiveren ten koste van natuur was daarbij onvermijdelijk. Bossen werden gekapt en het overvloedig gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen was opeens geen probleem meer. Als er eenmaal meer lebensraum was veroverd zou de druk op het Duitse landschap vanzelf weer afnemen was het idee.



Resultaten

Toch heeft de natuurbeschermingswet wel degelijk invloed gehad. Zo groeide het aantal beschermde natuurgebieden in Duitsland significant na het aannemen van de wet. In 1940 waren dit er inmiddels meer dan 800. Daarentegen kwam van de geplande uitbreiding van het bosareaal met bijna 2,5 miljoen hectare niet veel terecht. Naar schatting nam de totale houtopstand in Duitse bossen juist met 14 procent af tussen 1933 en 1945. Dit was deels het gevolg van een tekort aan kolen tegen het eind van de oorlog. Hierdoor trokken mensen massaal de bossen in voor brandstof. 

Al met al kan geconcludeerd worden dat de nazi’s, zeker voor hun tijd, een erg groene agenda hadden, maar dat ze uiteindelijk weinig van hun groene ambities waar hebben kunnen maken.

Een veel uitgebreidere analyse (in het Engels) van natuurbescherming in Nazi-Duitsland vind je in dit boek, wat ook de belangrijkste bron van dit artikel is:  Frank Frank Uekötter – The Green and the Brown: A History of Conservation in Nazi Germany



 

You might also like

No Comments

Leave a Reply