Loading...

De teloorgang van het Nederlandse landschap deel 1: Hoe door ruilverkaveling eeuwenoude structuren uit het landschap verdwenen

Wie een kaart van Nederland van grofweg honderd jaar geleden naast een moderne kaart legt ziet dat vrijwel overal de structuur van het landschap drastisch is veranderd. In bijna heel Nederland heeft het karakteristieke cultuurlandschap plaatsgemaakt voor grootschalige monotonie. In dit eerste deel van De teloorgang van het Nederlandse Landschap leg ik beknopt uit hoe schaalvergroting in de landbouw ervoor heeft gezorgd dat eeuwenoude structuren uit het landschap zijn verdwenen en de lokale identiteit van landschappen grotendeels verloren is gegaan.

Sinds de middeleeuwen (en op sommige plekken al daarvoor) hebben onze voorouders het Nederlandse landschap stukje bij beetje in cultuur gebracht. Ze groeven sloten, bouwden dijkjes, wierpen terpen op en legden akkers aan. Er ontstonden landbouwsystemen waarbij de verschillende delen van het landschap verschillende functies hadden. Zo waren er de hooilanden, die te nat waren om er vee op te laten grazen, maar wel één a twee keer per jaar konden worden gemaaid. Er waren heidevelden die te droog en mineraalarm waren voor landbouw maar wel genoeg voedsel boden voor schapen. Er waren hakhoutbosjes die werden gebruikt voor het produceren van hout voor palen en werktuigen. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar het komt erop neer dat boeren organisch met de natuur mee boerde. Er ontstond landbouwgrond waar boeren de woeste grond zonder machines konden bedwingen en waar dit niet lukte bleef de natuur in stand.



Doordat elk deel van het landschap een specifieke functie had en door de mens werd gebruikt, werd de natuurlijke successie op veel plekken tegengehouden. Zo aten de schapen op de heide de jonge boompjes op zodat de heide niet veranderde in bos en het jaarlijks maaien van de hooilanden zorgde ervoor dat moerasbos geen kans kreeg. Dit resulteerde in een afwisselend en gevarieerd landschap, waar veel plant- en diersoorten een plekje wisten te vinden. Maar vanaf circa 1850 komt dit eeuwenoude systeem onder druk te staan.

Rond die tijd groeit de interesse voor bosbouw en wordt een begin gemaakt aan het grootschalig herbebossen van de heide- en zandverstuivingen. Zelfs relatief arme landbouwgronden werden omgevormd tot productiebos. De plotselinge interesse voor bosbouw werd veroorzaakt door de opkomst van de mijnbouw in Limburg. Er was veel hout nodig om de mijngangen te stutten. En was Nederland in de vroege middeleeuwen nog een relatief bosrijk land, rond 1850 was nog maar 5 procent van het oppervlak bedekt met bos.



Naast grootschalige bebossingen begon de landbouw in fors tempo te moderniseren. Door paarden getrokken werktuigen werden vervangen door machines en de uitvinding van kunstmest zorgde ervoor dat ook voedselarme gronden geschikt konden worden gemaakt voor landbouw. Ook werden veel natte gronden drooggemalen met hulp van stoom- en later elektrische gemalen.

Je kunt je voorstellen dat al deze ontwikkelen een enorm effect hadden op het Nederlandse landschap. Maar dit was slechts het begin. Nu de boeren dankzij hun kunstmest, machines en elektrische gemalen veel efficiënter konden werken was het onhandig dat hun percelen, door eeuwenlange overerving, vaak relatief klein waren en verspreid lagen. Grote aaneengesloten percelen zijn immers veel makkelijker te bewerken met grote landbouwmachines. Daarom werd er na de tweede wereldoorlog door de overheid een grootschalige operatie op touw gezet om ruilverkaveling te stimuleren. Het hele land ging drastisch op de schop.



Ruilverkaveling houdt in dat het landbezit van boeren in een bepaald gebied dusdanig wordt herverdeeld dat elke boer eigenaar wordt van grote stukken aaneengesloten land. De overheid zag in ruilverkaveling een kans om de voedselproductie te vergoten en vanaf de jaren vijftig ook als een manier om de plattelandsbevolking te ‘verheffen’. Dat ruilverkaveling het landschap drastisch en voor goed zou veranderen was van onderschikt belang.

Mede gefinancierd met Marshallgelden werden in de jaren na de oorlog talloze akkers en weilanden vergroot en daarbij oude afscheidingen als sloten, heggen en houtwallen verwijderd. Deze waren met de uitvinding van het prikkeldraad sowieso al overbodig geworden. Verder werden natuurlijke beken rechtgetrokken, wegen aangelegd en geasfalteerd en boerderijen verplaatst. De nieuwe boerderijen werden niet meer volgens de lokale traditie gebouwd maar zagen er overal hetzelfde uit.



Vanaf de jaren 70 werd ruilverkaveling vooral ingezet voor het creëren van nieuwe natuur- en recreatiegebieden. Die moesten het enorme verlies van natuur en biodiversiteit compenseren die de schaalvergroting van de landbouw had veroorzaakt, maar waren eigenlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden. En meestal werden deze natuurgebiedjes aangelegd op plekken die sowieso te droog of te nat waren om fatsoenlijk landbouw op te kunnen bedrijven.

Inmiddels is 75% van het Nederlandse landoppervlak minstens één keer onderhevig geweest aan ruilverkaveling. Er zijn dus nog maar heel weinig plekken over die er nog ongeveer hetzelfde uitzien als honderd jaar geleden. En dat is niet per definitie slecht; het landschap is in de loop van de geschiedenis altijd onderhevig geweest aan verandering. Maar de veranderingen die zich de afgelopen eeuw hebben voorgedaan hebben het landschap beroofd van haar schoonheid en lokale identiteit. Je kunt vaak niet meer zien door welke provincie je rijdt. Overal zien het landschap en de boerderijen er hetzelfde uit, met als gevolg dat mensen steeds minder binding hebben met hun fysieke omgeving. En nog steeds zet de schaalvergroting in de landbouw door. Het aantal boeren neemt gestaag af, maar de boeren die overblijven bezitten steeds meer land. Nog steeds verdwijnen er cultuurhistorische elementen uit het landschap. En vanuit de politiek is het landschap alles behalve een prioriteit.

Gelukkig zijn er ook veel vrijwilligers en organisaties die zich met hart en ziel inzetten voor het behoud en herstel van het Nederlandse cultuurlandschap, maar zolang de politiek en het grote publiek zich niet hard gaan maken voor het landschap zie ik het helaas somber in.

In deel 2 van de De teloorgang van het Nederlandse Landschap zal ik ingaan op het enorme verlies van biodiversiteit dat heeft geresulteerd in een levenloos landschap.

Meer weten over ruilverkaveling in Nederland? Lees dan dit fantastische artikel van Down To Earth Magazine.











You might also like

Comments (4)

  • Erik 4 maanden ago Reply

    Goed stuk!!

    Niek Smits 4 maanden ago Reply

    Dankjewel!

  • Erik 3 maanden ago Reply

    Is deel 2 in wording?

    Niek Smits 3 maanden ago Reply

    Ja, die komt komende week waarschijnlijk online.

Leave a Reply