Loading...

Couchsurfen in een Orthodox klooster in Transnistrië

Ik heb tijdens mijn soloreizen veel gekke en bijzondere dingen meegemaakt, maar er is één ervaring die er met kop en schouders bovenuit steekt. Een ervaring zo bizar en surrealistisch dat ik soms de foto’s erbij moet pakken om mezelf ervan te overtuigen dat het geen droom was. Ik heb als enige ‘westerling’ twee nachten in het Noul Neamt klooster geslapen tijdens een belangrijke Orthodoxe feestperiode.

Heb je geen zin of tijd om het hele verhaal te lezen? Scroll dan in ieder geval even naar beneden voor de foto’s.



Een uitnodiging van een monnik

Het begint allemaal in oktober 2018 wanneer ik mijn geplande reis door Oost-Europa aan het voorbereiden ben. Op Couchsurfing, een website waar reizigers elkaar gratis onderdak aanbieden, maak ik een Public Trip aan. Hierdoor kunnen andere leden van de site zien wanneer ik in hun stad ben. Een paar dagen later vind ik een Russisch bericht in mijn inbox. Google Translate maakt er het volgende van:

“Een goede gezondheid. Ik woon in een orthodox klooster in het dorp Kitskany, tussen Tiraspol en Bender. Ik ontvang graag gasten voor de nacht en bied verfrissingen aan. Op de aangegeven data hebben we een geweldige vakantie in het klooster.”

Ik klik op het profiel, maar vind daar alleen een foto van het klooster. Geen foto van de monnik en geen ervaringen van andere reizigers (Later kwam ik erachter dat ik de eerste was die via couchsurfing in het klooster heeft geslapen).

Mijn enthousiasme is gewekt, maar ik vraag toch nog maar even of er in ieder geval één monnik is die Engels spreekt. Niet veel later ontvang ik dit antwoord:

“Good evening Nick. Of course, we have English speakers, as well as electronic translations. We are waiting for a visit. Two weeks ago I was in Holland, my friends live there.”

In de wetenschap dat ik in ieder geval met de monniken kan communiceren durf ik het avontuur wel aan. Ik antwoord dat ik het een eer zou vinden om in het klooster te overnachten en vraag hoe ik er het beste kan komen. Daarop ontvang ik de volgende routebeschrijving:

“In the center of Tiraspol there is a bridge, across the Dniester River, you need to cross it, take a minibus and get to the center of the village of Chitcani, there you can already see the monastery, you need to walk 3 minutes.

Over de andere avonturen die ik tijdens deze Oost-Europa-reis heb meegemaakt, zoals mijn bijzondere aankomst in Lviv, heb ik aparte blogposts geschreven. Nu spoel ik even door naar mijn tocht naar het klooster. Maar voor ik dat doe citeer ik nog even het officiële reisadvies voor Transnistrië ten tijde van mijn bezoek:

Er zijn veiligheidsrisico’s voor reizen in Transnistrië. Dit heeft te maken met de bijzondere politieke situatie. De Moldavische autoriteiten hebben geen invloed in dit gebied dat zichzelf onafhankelijk heeft verklaard. De autoriteiten in Transnistrië zijn sterk gericht op de politieke koers in Rusland. Zeker nu in het buurland Oekraïne de veiligheidssituatie niet stabiel is, kan dit tot spanningen leiden. De politieke en veiligheidssituatie in Transnistrië is daarom onvoorspelbaar. De ambassade kan in deze regio geen hulp bieden.

Je kunt je voorstellen dat vooral de laatste zin van dit advies het extra spannend maakte om in dit betwiste gebied in m’n eentje in een afgelegen klooster te gaan slapen.



De zoektocht naar het klooster

Op 26 November 2018 rond 17:00 begin ik aan mijn tocht naar het klooster. Dit doe ik samen met Gustav, een Zweedse mede-reiziger die ik in het Lenin Street Hostel in Tiraspol heb ontmoet. Hij is erg nieuwsgierig naar het klooster, maar er slapen ziet hij niet zitten. Gustav is een fanatiek lifter, dus in plaats van de mini-bus te nemen haalt hij me over naar het klooster te liften.

Gelukkig worden we redelijk snel meegenomen door een ouder echtpaar in een klein autootje dat duidelijk nog uit de Sovjet-tijd stamt. We worden afgezet aan de rand van het dorpje waar het klooster zich moet bevinden. Mobiel internet gebruiken in Transnistrië is onbetaalbaar, dus we moeten het doen zonder een routebeschrijving van Google maps.

Het is een donkere, mistige avond en er is weinig straatverlichting. Met de offline kaart van Google Maps proberen we ons te oriënteren. Na een tijdje lopen we een onverharde straat in waar de honden bij de omringende huizen één voor één aanslaan. De weg loopt dood bij een hoge muur, maar we horen Orthodox gezang aan de andere kant van de muur. We zijn in de buurt.

We keren om en Gustav besluit met zijn basiskennis Russisch aan iemand te gaan vragen hoe we bij het klooster kunnen komen. Klaarblijkelijk hebben we inmiddels flink wat aandacht getrokken want we zien een ouder echtpaar door hun raam naar buiten turen. Gustav gebaart dat we ze wat willen vragen. Ze kijken wat verschrikt, maar uiteindelijk komt de man naar buiten.

Wanneer hij merkt dat we geen kwaad in de zin hebben verdwijnt de achterdocht van zijn gezicht, al is hij zichtbaar verbaasd dat twee buitenlandse jongemannen op dit tijdstip op weg zijn naar het klooster. Desalniettemin vertelt hij hoe we er het beste kunnen komen en niet veel later bereiken we de toegangspoort.

We lopen het kloostercomplex binnen door een grote poort en het is net of we op een filmset zijn beland. Door de mist lopen bebaarde monniken in zwarte gewaden en uit luidsprekers klinken Orthodoxe gezangen. We benaderen een groepje monniken en vragen naar de monnik die me heeft uitgenodigd. In eerste instantie lijken we te worden gezien als ongewenste indringers, maar uiteindelijk verschijnt de monnik die me heeft uitgenodigd met een grote glimlach op zijn gezicht en heet ons in de paar woorden Engels die hij beheerst welkom.

Hij blijkt in de veronderstelling te zijn dat mijn Zweedse vriend ook blijft slapen. Ik had hem eerder die dag een berichtje gestuurd, maar die had hij blijkbaar niet helemaal goed begrepen. Nadat we hem duidelijk hebben gemaakt dat Gustav niet blijft slapen biedt hij aan om Gustav terug te rijden naar Tiraspol. Gustav antwoord dat dat niet nodig is en dat hij wel terug gaat liften, maar de monnik staat er op om hem een lift terug naar Tiraspol te geven. Met een brok in m’n keel neem ik afscheid van mijn Zweedse vriend. Vanaf nu sta ik er alleen voor. En het lijkt erop dat ik hier met Engels niet ver zal komen.

De eerste nacht

Maar als een geschenk uit de hemel word ik naar het gastenverblijf gebracht door een monnik die vloeiend Engels spreekt. Ik vraag hem waar hij dit heeft geleerd en na enige aarzeling antwoord hij dat hij vrachtwagenchauffeur is geweest in de Verenigde staten.

We lopen het gastenverblijf binnen, waar ik mijn paspoort achter moet laten voor de administratie. Met enige tegenzin doe ik dat. Ik heb altijd mijn ID kaart nog. Ik krijg te horen dat ik mijn paspoort de volgende dag weer op kan halen. Vervolgens word ik naar mijn kamer gebracht. Het is een vrij kleine kamer met een prominent portret van de abt van het klooster aan de muur boven het bed. Vanaf de andere kant van de kamer wordt ik aangestaard door iconen van verschillende heiligen.



Het is inmiddels etenstijd en ik word naar een kerk op het kloosterterrein gebracht die als eetzaal dient. De Engelssprekende monnik vertelt me dat ik niet met de monniken eet, maar in een zijkamertje bedoelt voor gasten.

In dit weelderig gedecoreerde vertrek tref ik twee jongemannen die al zijn begonnen met eten. Ik knik ze vriendelijk toen en neem plaats aan tafel.

Ik besef me dat ik in een totaal andere wereld ben beland en dat ik totaal geen kennis heb van de taal en etiketten van deze wereld. Maar het enige wat ik kan doen is me eraan overgeven. Na een tijd in stilte te hebben gegeten probeer ik een praatje aan te knopen met de twee jongemannen, Eén van hen blijkt een klein beetje Engels te spreken. Hij vertelt me dat hij een vriend is van één van de monniken.



Na de maaltijd zoek ik de Engelstalige monnik op om te vragen of hij wellicht een kacheltje kan regelen voor in mijn kamer, dat is in november per slot van rekening geen overbodige luxe. Hij antwoordt dat we daarvoor de gastvrouw van het gastenverblijf moeten vinden. Na ruim twintig minuten tevergeefs zoeken vraag ik of hij haar niet even kan bellen. Waarop de monnik antwoord: I don’t have a mobile phone. I’m a monk, not a businessman. Maar hij voegt er aan toe dat het in dit geval wel handig was geweest.

Ik besluit om tijdens het zoeken wat informatie in te winnen bij de monnik. Ik vraag hem onder meer hoe ik een orthodox kruisje moet slaan, want ik heb inmiddels begrepen dat dat een onmisbare vaardigheid is binnen de kloostermuren. Ik ben al een aantal keer afkeurend aangekeken bij het passeren van een kerk zonder een kruisje te slaan. En ik vermoed dat een kerk binnenlopen zonder dit te doen al helemaal een doodzonde is.

Wanneer de monnik merkt dat ik interesse heb ik de orthodoxe rituelen klimt hij op de praatstoel en voegt er een theologische verhandeling over de heilige drie-eenheid aan toe. Je slaat het kruisje namelijk met drie vingers, waarbij de vingers symbool staan voor de drie-eenheid. Verder vertelt hij dat de komende dagen één van de belangrijkste zijn binnen de orthodoxe kerk en dat er daarom veel mensen naar het klooster komen.



Uiteindelijk vinden we de gastvrouw. Ze tovert ergens een oud elektrisch kacheltje vandaan en plaatst deze in mijn kamer. Ik bedank de monnik en de gastvrouw en wens ze een goede nacht. De rest van de avond blijf ik op mijn kamer. Ik heb tijd nodig om alle nieuwe indrukken te verwerken. Tot mijn grote teleurstelling is er geen Wifi in het gastenverblijf. Ik ben helemaal op mezelf aangewezen. Ik denk aan Gustav, die nu vast alweer terug zou zijn in het hostel. En ik vraag me af of ik niet beter met hem mee had kunnen gaan.

Een Orthodoxe ochtenddienst

De volgende ochtend word ik wakker van klokgelui. Ik kan het kloostercomplex nu eindelijk bij daglicht zien. Ik blijk een mooi uitzicht te hebben vanuit mijn kamer. Het complex ziet er opeens een stuk minder spookachtig uit. Dat stelt me enigszins gerust.



Ik neem een douche in de gemeenschappelijke badkamer, kleed me aan en loop naar de kerk. Van een afstand hoor ik al dat er binnen een dienst bezig is. Aan de buitenkant van de kerk zijn namelijk luidsprekers bevestigd. Bij het binnengaan van de kerk sla ik netjes een Orthodox kruisje en maak ik een lichte buiging richting het altaar. Ik ben onder de indruk van alle pracht en praal. Ook de devotie van de gelovigen is fascinerend om te aanschouwen; ze kussen iconen van heiligen, knielen neer op de grond en slaan om de haverklap een kruisje. Ik lijk de enige in de kerk te zijn die geen idee heeft wat van hem wordt verwacht tijdens de dienst.

De kerk is niet verwarmd en er zijn geen zitplekken. Iedereen staat. Vrouwen overwegend aan de linkerkant van de kerk. En de mannen overwegend aan de rechterkant. Ik besef opeens dat ik aan de linkerkant sta en loop voor de zekerheid naar de andere kant van het schip.

De dienst vindt grotendeels plaats achter een iconenwand die het altaar en de rest van de kerk van elkaar scheidt. Af en toe komen één of meerdere geestelijken via een deurtje in de wand te voorschijn om een aantal handelingen te verrichten en om vervolgens door ditzelfde deurtje weer te verdwijnen. Er worden constant teksten voorgelezen en liederen gezongen, waar ik uiteraard niks van kan verstaan. Het verschil met de Protestantse kerk waar ik in ben opgegroeid had niet groter kunnen zijn. Zelfs de enkele Katholieke diensten die ik heb meegemaakt waren sober in vergelijking met wat er nu voor mijn ogen plaatsvindt.

Op pad met een monnik

Als de dienst na ongeveer twee uur is afgelopen tref ik de monnik die me via Couchsurfing heeft benaderd. Hij vraagt of ik al heb ontbeten. Ik antwoord dat ik nog niks heb gegeten en hij gebaart me hem te volgen. Hij brengt me naar een keukentje en schotelt me een heerlijk ontbijt voor. Via Google Translate laat hij me weten dat hij een aantal dingen moet doen in de stad en vraagt of ik met hem mee wil. Dan kan hij me meteen wat van de omgeving laten zien. Dit aanbod neem ik graag aan.



Mijn maag is gevuld en samen met de monnik loop ik naar zijn auto. Aan de achteruitkijkspiegel hangen een flesje met wijwater en een kruisje. Na nog geen vijf minuten rijden stoppen we bij een stukje grond dat, naar ik aanneem, bij het klooster hoort. De monnik laat me een volière met fazanten zien, de mannetjes gescheiden van de vrouwtjes. Ik vermoed dat die daar worden gehouden om op te eten, dus ik maak een eetgebaar met mijn handen. Maar de monnik knikt nee.



De volgende stop is bij een monument op een heuvel. In het Russisch probeert de monnik me uit leggen wat er allemaal te zien is. Ik begrijp er niks van maar het uitzicht is mooi.

Vervolgens rijden we door naar Bender, de tweede stad van Transnistrië. Daar rijden we een woonwijk in en geeft de monnik aan dat we even moeten wachten. Na een tijdje verschijnt er een man en geeft de monnik hem een pakketje. We rijden verder en de monnik vertelt dat we nu naar Tiraspol rijden om wat boodschappen te doen. Om de stilte te verbreken zeg ik; you’re a good driver. Zijn antwoord begrijp ik in eerste instantie niet, maar uiteindelijk denk ik te begrijpen dat hij een professioneel autocoureur in Rusland is geweest voordat hij Monnik werd. Vrachtwagenchauffeur, autocoureur; het lijkt erop dat je dichter bij God komt wanneer je veel tijd achter het stuur doorbrengt.

We stoppen bij een drogist. Ik besef in wat voor absurde situatie in me bevind; ik sta met een Orthodoxe monnik in een drogist in een niet erkende staat. Stiekem maak ik een foto om deze mijlpaal in mijn leven te vereeuwigen.



We stoppen bij nog twee andere winkels en rijden vervolgens weer richting het klooster. De monnik besluit een andere route te nemen en na een tijdje stoppen we bij de rivier de Dnjestr. Het pontje is net vertrokken en de monnik is zichtbaar geïrriteerd. Maar er zit niks anders op dan te wachten.

Eenmaal terug in het klooster krijg ik opnieuw wat te eten in het keukentje. Ook nodigt de monnik me via Google Translate uit om later in de middag mee de toren in te klimmen om de klokken te luiden. Ik antwoord dat ik dat geweldig zou vinden. Wanneer ik genoeg heb gegeten loop ik naar het gastenverblijf en ga ik even in mijn bed liggen. Het is een boeiende maar erg vermoeiende dag.



Een bijzondere kerkdienst

Net als in de ochtend word ik wakker van klokgelui. Ik moet in slaap zijn gevallen. Snel loop ik naar de klokkentoren en vervloek mezelf dat ik niet voor de zekerheid een wekker heb gezet. Ik blijf onderaan te toren maar staan luisteren naar het gebulder van de klokken. Wanneer de monniken weer naar beneden komen bied ik mijn excuses aan voor het feit dat ik te laat was. Vervolgens loop ik de kerk in om te kijken of er een dienst aan de gang is.

Ik merk dat het ondertussen een stuk drukker is geworden op het kloosterterrein. Mensen lijken van heinde en verre naar het klooster toe te zijn gekomen. Onder de nieuw gearriveerden is een groep tienermeisjes begeleid door streng uitziende nonnen. Ook flaneren er een aantal belangrijk uitziende geestelijken over het terrein.



De kerkdienst is een spektakel. Ik ben diep onder indruk van wat ik voor mijn ogen zie gebeuren. Geestelijken in de meest prachtige gewaden, mysterieuze gezangen, wierook; alles word uit de kast gehaald om de Almachtige te behagen. Op een gegeven moment wordt door één van de geestelijken met olie een kruisje op het voorhoofd van de kerkgangers gezet, nadat de gelovigen zijn hand hebben gekust. Dat ritueel sla ik maar even over. Aangezien ik enkele kerkgangers foto’s zie nemen durf ik het aan om zelf ook een aantal foto’s te nemen.



Ik ben mijn besef van tijd inmiddels verloren, maar ik moet alweer minstens twee uur in de kerk staan en begin me te vervelen. Gelukkig lijkt het etenstijd te zijn. Ik volg de menigte naar de ‘eetkerk’, maar aangezien er nu zoveel gasten zijn zie ik dat de eetzaal voor de monniken nu is opengesteld voor gasten.



Dineren in de eetzaal van de monniken

Tijdens de maaltijd zie ik veel pover geklede mensen gulzig eten en begin te vermoeden dat misschien niet God, maar het gratis eten de belangrijkste reden is dat ze naar het klooster zijn afgereisd. De liefde voor God gaat wellicht ook door de maag. Ik probeer een praatje aan te knopen met mijn tafelgenoten, maar ze blijken geen Engels te kunnen. Tot nu toe is de Engelssprekende monnik de enige persoon waarmee ik een fatsoenlijk gesprek heb kunnen voeren, maar hem heb ik de hele dag nog niet gezien. Of misschien ook wel. Al die monniken lijken verdomd veel op elkaar met hun zwarte baarden en gewaden.



Na het eten komt de jongeman naar me toe die ik de dag ervoor bij het avondeten heb ontmoet. Zijn naam is Valera. Hij zegt dat hij nog moet helpen opruimen, maar dat hij daarna wat wijn met me wil drinken. Ik bied aan om te helpen, maar hij zegt dat dat niet nodig is.

Dus ik blijf maar zitten en aanschouw hoe een geestelijke, die volgens Valera in Parijs werkt, de groep tienermeisjes een uitgebreid verhaal begint te vertellen. De meisjes lijken aan zijn lippen te hangen. Ik heb nog nooit zulke onschuldig ogende tienermeisjes gezien en ik moet een lach onderdrukken als ik zie dat één van hen een shirt met de tekst bad girl aan heeft.



Een gedenkwaardige avond

Na een tijdje komt Valera naar me toe en zegt dat hij nog wat moet doen in een ander gebouw en dat ik wel mee kan komen. We blijken de tafels te moeten dekken voor het ontbijt van de volgende dag, in weer een andere kerk. Want volgens Valera gaat het nog drukker worden en past dan niet iedereen meer in de eetzaal van de monniken.

Samen verdelen we plastic bekertjes, borden en bestek over de lange tafels. Valera praat aan één stuk daar, maar ik begrijp er weinig van. En mij lijkt hij ook niet bijster goed te begrijpen. Maar ik ben blij hij me onder zijn hoede heeft genomen. Tijdens het dekken van de tafels komt er een geestelijke binnen die verdacht veel lijkt op de man wiens portret boven mijn bed hangt. Zo te zien is hij bezig met een inspectierondje. Ik ben benieuwd of hij op de hoogte is van een Nederlandse coachsurfer in zijn klooster. Zo ja, dan heeft hij nu in ieder geval gezien dat ik niet te beroerd ben om mijn handen uit de mouwen te steken.



Wanneer we klaar zijn met het dekken van de tafels gaan we in de eetkamer voor gasten zitten en tovert Valera ergens een plastic fles wijn vandaan. Hij doet er wat mysterieus over en ik ben er niet van overtuigd dat hij toestemming heeft die fles zomaar te pakken. Maar dat is zijn verantwoordelijkheid, niet de mijne.

Het is inmiddels al redelijk laat en ik vraag of het gastenverblijf zo nog wel open is. Bij aankomst is me namelijk vertelt dat de deur om 22:00 op slot gaat. Maar Valera verzekert me dat wanneer er zo veel bezoekers zijn de deur gewoon openblijft. En hij slaapt er zelf ook, dus ik hoef me volgens hem geen zorgen te maken. Ik geloof hem maar. Ik ben wel toe een een paar glazen kloosterwijn. Het was een fascinerende maar erg stressvolle dag.



Ik luister naar Valera’s grotendeels onbegrijpelijke monologen en geniet van de wijn. Het voelt alsof ik al minstens een week in het klooster ben. Morgen rond deze tijd ben ik waarschijnlijk in Chisinau, als alles goed gaat. Ik heb nog geen idee hoe ik daar moet komen.

Rond 23:00 lopen we naar het gastenverblijf. De deur is godzijdank nog open. Ik loop enigszins bedwelmd door de wijn naar mijn kamer, doe de deur open en zie tot mijn grote verbazing twee mannen liggen. Eén op het tweede bed en één op een slaapbank die er vanmiddag nog niet stond.

Beide mannen zijn rond de 50 of 60 en liggen met hun kleren aan luid snurkend te slapen. Mijn bed is gelukkig nog vrij. Ik ga liggen en val vrijwel direct in slaap.

De laatste ochtend

De volgende ochtend word ik wakker van de twee mannen die de kamer verlaten. Het is nog vroeg dus ik ik draai me nog even om. Ik heb genoeg kerkdiensten bijgewoond. Na nog even te hebben gelegen kleed ik me aan en loop richting de ontbijtzaal. Die blijkt nog dicht te zijn dus ik loop toch de kerk maar binnen. Daar is het in ieder geval iets warmer dan buiten.



Na een tijdje loop ik weer naar buiten om de te kijken of de ontbijtzaal inmiddels al open is. Dit blijkt niet het geval, maar ik tref er Valera. Hij zegt dat hij me de wijnkelder wil laten zien. Ik heb verder toch niks te doen dus ik antwoord dat ik dat een strak plan vind. We lopen een trap af en komen in een erg oud oud uitziende kelder vol met houten vaten. Zonder mij iets te vragen tapt Valara twee grote wijnglazen vol en overhandigt mij er één.



Ik heb nog niet ontbeten en nog een lange reis voor de boeg, dus ik zeg dat me dat niet zo’n goed idee lijkt. Valera is echter onverbiddelijk en staat erop dat ik het glas tot op de bodem leegdrink. Ik kijk om me heen of ik het glas ergens stiekem leeg kan gieten, maar dat blijkt lastig. Naast Valera en ik is er ook nog een monnik aanwezig en om niet onbeleefd over te komen drink ik het glas toch maar helemaal leeg.

Enigszins aangeschoten keren we vervolgens terug naar de eetzaal die net open wordt gemaakt. Ik neem plaats aan één van de lange tafels en kijk vol bewondering naar het rijke aanbod aan eten op de tafels.



Ondanks dat het nog net ochtend is staan er plastic flessen wijn op tafel. Een gezette man tegenover me slaat het ene na het andere glas achterover. Er wordt ook weer gulzig gegeten. Ik besef dat ik direct na de brunch aan mijn reis naar Chisinau moet beginnen, aangezien ik geen idee heb hoe lang die reis zal gaan duren. Wel wil ik nog afscheid nemen van de Engels-sprekende monnik en de monnik die me heeft uitgenodigd.



Met hulp van Valera weet ik de Engelssprekende monnik te vinden. Hij vraagt of ik door deze ervaring geïnteresseerd ben geraakt in de Orthodoxe leer. Ik antwoord dat ik alle rituele zeker interessant vond om te zien. Dat ik niet geloof in een persoonlijke God die zich met onze levens bemoeit zeg ik maar niet. Hij raadt me aan om op het internet meer informatie te zoeken over de Orthodoxe kerk. Ik geef hem een hand en een antwoord dat ik dat zeker ga doen. Ook bedank ik hem voor al zijn hulp de afgelopen dagen.

De monnik die me heeft uitgenodigd kan ik helaas niet vinden. En ik kan het me niet veroorloven nog langer te blijven zoeken. Om toch niet helemaal zonder afscheid te verdwijnen schrijf ik een bedankbriefje en leg deze op zijn bureau.

Ik loop het kloostercomplex uit en ga op zoek naar een bushalte. Die vind ik en niet veel later ben ik weer terug in Tiraspol. Daar vind ik een mini-bus naar Chisinau. Of eigenlijk vind de mini-bus mij. Wanneer ik richting het busstation loop stopt er één naast me. De chauffeur doet het raampje open en vraagt ‘Chisinau?’. Verrast knik ik en stap het busje in. Je zou bijna denken dat ik door God word beloond voor al die uren de ik in de kerk heb doorgebracht, bijna.

You might also like

Comments (5)

  • Mariëlle 2 maanden ago Reply

    Niek, wat ontzettend leuk om jouw verhaal, dat je me persoonlijk heb vertelt, nu met zoveel meer detail te lezen! Maar goed dat het wijn was en geen wodka of ander sterker spul… Ben je uiteindelijk er nog achter gekomen om welk kerkelijk feest het ging?

    Niek Smits 2 maanden ago Reply

    Hey Mariëlle! Fijn om te horen dat je het een leuk stuk vond om te lezen. Wanneer ik verhalen zoals deze vertel komen ze inderdaad minder tot hun recht dan wanneer ik ze opschrijf. Dat is ook een van de redenen dat ik deze Blog ben gestart. En ik ben er helaas nog steeds niet helemaal achtergekomen welk kerkelijk feest er precies werd gevierd toen ik er was.

  • Bart 2 maanden ago Reply

    Gave ervaring, leuk om te lezen!

    Brengt herinneringen terug van mijn tijd in Transnistrie (waar ik inderdaad problemen kreeg met de KGB), maar ook van de tijd dat ik zelf een paar dagen zielsalleen in een katholiek klooster sliep in de bergen van Albanië.

    Niek Smits 2 maanden ago Reply

    Leuk je hier te zien Bart! Ik weet nog dat ik jouw artikel over je avontuur in Transnistrië las voordat ik er zelf heen ging. Sterker nog, dat artikel was één van de redenen dat ik besloot Transnistrië mee te nemen in mijn reis door Oost-Europa 🙂

  • Erik 2 maanden ago Reply

    Man, wat schrijf je lekker!

Leave a Reply